New York-achtig
De echtgenoot van de Amsterdamse kunstenaar Marie Vink (79) was net overleden, toen een vriendin een artikeltje over het nog te bouwen Ramses Shaffy Huis voorbij zag komen. “Ik woonde in een grote woning in De Baarsjes op de begane grond, maar na de dood van mijn man wilde ik er graag weg. Ik reageerde, er kwam iemand op gesprek en drie maanden later kon ik hier als een van de eersten een appartement uitkiezen.” Ze verhuist naar een appartement van 70 vierkante meter, met uitzicht over de Piet Heinkade. “Ik vond het meteen heel fijn hier, een beetje New York-achtig, aan het IJ tussen de hoge gebouwen. Het licht is heel mooi, alsof je een beetje opgetild wordt. Beneden is een broedplaats, daar huurde ik een atelier met twee anderen, toen zij er na acht jaar uitgingen, kon ik de huur niet meer betalen. Nu heb ik de derde kamer in mijn appartement ingericht als atelier, wat meer bewoners hier doen.”
Als Vink haar atelier laat zien, verontschuldigt ze zich dat het er zo netjes is. “Eerst was het atelier in de andere kamer, maar daar was het licht toch niet goed, toen heb ik alles naar deze kamer verhuisd, wat veel beter bevalt.” Tegen de muur staan een aantal grote gouacheschilderijen, vol kleurrijke lijnen en vakjes. “Ik noem ze Fuga’s, geïnspireerd op de composities van Bach.” Toen Vink er net woonde vroeg ze zich af of het zou werken, samenleven met andere kunstenaars. “Kunstenaars zijn niet de makkelijksten; we zijn eigenwijs en soms obstinaat, en we kunnen onszelf prima vermaken. Toen ik hier met een vriendin één avond per week voor bewoners maaltijden ging koken in de keuken in de sociëteit, bleek daar uiteindelijk te weinig animo voor, dus daarmee zijn we gestopt. Toch leven we hier in een ongelooflijk leuke harmonie, het is fijn dat we als kunstenaars allemaal dezelfde taal spreken.”
In de praktijk kost het wel tijd om jong en oud in het huis samen te brengen, ontdekte ze. “Het is jammer dat de jonge kunstenaars na vijf jaar weer doorstromen, dat maakt het lastig om echt samen te werken. Al zijn er wel mensen die het proberen, zoals de jonge performancekunstenaar en oud-bewoner Sijben Rosa. Zij betrok iedereen van het huis bij haar conceptuele kunstprojecten. Ik geniet ook regelmatig in de sociëteit van de jazzoptredens van jonge Conservatorium-musici – een gratis optreden van twee uur, waar kom je dat nog tegen?” Vriendschappen zijn er al ontstaan, vertelt ze. “Met buurvrouw-kunstenaar Madeleine van Drunen ben ik een project gestart op de binnenplaats, waar de appartementen rondom zijn gebouwd. We spanden een waslijn, net zoals in Italië, waar we wisselende kunstwerken aan ophangen. Kunstenaars betekenen meer voor Amsterdam dan je misschien zou denken. Er moet niet alleen maar geluld worden, we moeten dingen met elkaar doen, zoals samen schilderen. Dat zorgt voor voor meer verbinding en uitwisseling tussen inwoners van een stad.”